Terheijden - Zwartenberg

Deze paal staat niet meer op de originele plek, echter er niet ver vandaan. Te vinden bij Hoevenseweg 11, Wagenberg.
Deze en de volgende 3 grenspalen gaven de grens aan tussen het Land van Strijen en het hertogdom Brabant voor de St-Elisabeth's vloed.
Voor 1421 was er nog geen Hollands Diep en behoorde Zevenbergen tot het Land van Strijen.
De tweede paal staat in Langeweg, tegenover de kloosterkapel. Op de paal zit een messing schildje met de tekst: "GRENSPAAL 15e eeuw Brabant-Holland 31.12.1996 Terheijden-Zevenbergen"
Het teken op de kop van de paal. Het lijkt wel een sleutel.
De laatste twee palen staan bij elkaar ter weerszijden van de oprit naar de schuur achter de villa Hazeldonk, aan de Zuiddijk bij Zwartenberg (Zevenbergen).
Uitvoerige behandeling van dit stuk van de grens Brabant-Holland in het stuk van K. Leenders.

Het teken op de palen

Op de kop van de palen is een ornament ingebeiteld: 2 cirkels, met een gebogen lijn met elkaar verbonden. Vanuit de tweede cirkel, op de top van de paal lopen twee lijnen weg: een met een weerhaak aan het eind, de ander recht. Of in deze vorm, of met het boogje tussen de cirkels in spiegelbeeld. Navraag over de betekenis van dit teken leverde de volgende verklaring op van de heer W.A. van Ham (17 april 2011):

"Wat op de grenssteen te zien is, bestaat uit het cijfer 7 en een liggende streep, misschien een soort afkorting voor Zevenbergen. De twee cirkeltjes, verbonden door een boog, vormen de omtrek van een bril van het model zoals dat sinds de Middeleeuwen voorkwam. Bij opgravingen te Bergen op Zoom zijn enige jaren terug enige exemplaren van een dergelijke gevonden. De bril op de grenspaal is hoogstwaarschijnlijk ontleend aan het embleem van een van de heren van Zevenbergen, namelijk: Cornelis I van Glymes, heer van Zevenbergen (door huwelijk), Grevenbroeck, Brecht, Opvelpe enz. (1458-1508), trouwde met Maria van Strijen, vrouwe van Zevenbergen (sinds 1492), Noordeloos, Heemskerk en Capelle op de IJssel. Tot haar huwelijksgoed behoorde o.a. de heerlijkheid Oosthuizen in Noord-Holland.
In zijn zegels voerde Cornelis naast het familiewapen van de Glymes twee brillen en de wapenspreuk: ‘‘Il n’est qu’estre borgne” d.i. ‘‘je moet [hoeft] maar √©√©nogig [te] zijn [om te kunnen zien]. De bril was een persoonlijk onderscheidingsteken van heer Cornelis. Het voeren van een dergelijk embleem behoorde ca. 1350-16e eeuw tot de mode van de adel en elite. Het zeer gedetailleerde familiewapen kwam enigszins op de achtergrond, en men ging naast het schild, maar ook geheel los als ornament of op vaandels enzovoort de afbeelding van een plastisch voorwerp (of meerdere) gebruiken, vaak met een opschrift, vaak een leus of korte spreuk.

De bril is in de Nederlandse heraldiek bekend doordat het voorwerp was opgenomen in het wapen van de gemeente Oosthuizen (N.H.), thans gemeente Zeevang. Ook in het wapen van laatstgenoemde nieuwe gemeente vormt de bril voor.
Te Zevenbergen was de bril goed bekend, onder andere doordat Cornelis het Sint-Jorisgilde aldaar een fraaie koningsketting schonk, in een decoratieve doos met leer bekleed. In de ketting en op de doos waren naast de wapens van de heer, de stad en Sint Joris, meermalen de bril opgenomen."